De fundamenten van de Belgische instellingen dateren uit de negentiende eeuw.
Maar de tijd staat niet stil... Dankzij een betere scholing is de bevolking heel wat mondiger geworden. De mondialisering van de economie heeft ons wereldbeeld veranderd. Kortom: de democratie van vandaag is niet meer te vergelijken met die van gisteren.
En dan is er nog die nieuwe, maar daarom niet minder gezonde trend: gezagsdragers moeten op hun verantwoordelijkheden kunnen worden aangesproken.
Gedaan dus met dogma's, gezagsargumenten en voldongen feiten. De publieke opinie roept de overheid steeds vaker ter verantwoording. Geen enkele macht kan zich nog ongenaakbaar achten: de rechterlijke, de uitvoerende, noch de wetgevende!
We moeten ons dus opnieuw bezinnen over ons democratisch bestel.
Hoe zien we de betrekkingen tussen burger en bestuur? Wat verstaan we onder "behoorlijk bestuur"? Dit is slechts een greep uit de essentiële maatschappelijke vraagstukken die de burger vandaag bezighouden. Zowel regering als parlement zijn zich daarvan terdege bewust.
In haar regeerakkoord van 7 juli 1999 nodigde de regering het parlement uit een Commissie voor de politieke vernieuwing op te richten.
Beide wetgevende Kamers zijn daar meteen op ingegaan. In de Kamer van volksvertegenwoordigers zag de Commissie voor Politieke Vernieuwing op 23 december 1999 het levenslicht, in de Senaat op 20 januari 2000.
De Senaatscommissie kwam een eerste keer bijeen op 3 februari 2000. Zij wees Senaatsvoorzitter Armand De Decker aan als commissievoorzitter. Het eerste en het tweede ondervoorzitterschap gingen respectievelijk naar Frans Lozie en Georges Dallemagne. Rapporteurs werden Erika Thys, Philippe Mahoux en Paul Wille.
De Kamercommissie van haar kant vergaderde voor het eerst op 16 februari 2000. Zij benoemde Dirk Van der Maelen tot voorzitter, Luc Paque tot eerste en Els Van Weert tot tweede ondervoorzitter. Voor de functie van rapporteur viel de keuze op Joke Schauvliege, Zoé Genot en Daniel Bacquelaine.
Al op hun eerste vergadering bleken beide commissies een zelfde wens te hebben: voortaan zouden ze samen vergaderen - beurtelings in de Kamer en in de Senaat.
Ze zullen daarbij methodisch te werk gaan:
In een eerste stadium zullen ze een lijst opmaken van alle knelpunten, uitdagingen, voorstellen en suggesties in verband met politieke vernieuwing. Net als bij de commissie-Deetman in Nederland, zou die lijst de nodige stof moeten opleveren voor een basisverslag. Dat basisverslag moet dan het referentiekader vormen voor het échte debat over politieke vernieuwing.
Alle fracties hebben lijsten kunnen indienen van thema's die zij graag in de commissie besproken willen zien. Op grond van die lijsten zijn een reeks "discussiepakketten" samengesteld. De inhoud van die pakketten vindt u elders op deze website.
Allereerst zal het pakket "directe democratie" worden aangepakt. Vervolgens komen de pakketten "vertegenwoordigende democratie" en "deontologie van de verkozenen" aan bod. In welke volgorde de commissies de andere pakketten bespreken, zullen ze pas later uitmaken.
Voorts zullen de commissies zich laten bijstaan door een college van acht academici, stuk voor stuk erkende specialisten in staatszaken. Hun taak: een uitgebreid en grondig overzicht opstellen van alle argumenten en standpunten die inzake politieke vernieuwing opgang maken. Op die manier kunnen de commissiewerkzaamheden in alle objectiviteit van start gaan. De samenstelling van het Wetenschappelijk Comité vindt u eveneens op deze website.
Momenteel is de eerste gespreksronde - die over de directe democratie - al afgerond. Op deze website hopen wij er u spoedig meer over te kunnen vertellen in een eerste tussentijds verslag.
In afwachting kan u met uw opmerkingen en suggesties steeds terecht op ons e-mailadres. We kunnen u om praktische redenen weliswaar geen persoonlijk antwoord garanderen, maar zullen al uw berichten bezorgen aan de leden van de commissies. We kijken er met belangstelling naar uit.
De Voorzitters Armand De Decker Dirk Van der Maelen
|